De 10 meest gestelde vragen over het mobiliteitsbudget

Neen.
Het initiatief voor de invoering van het mobiliteitsbudget gaat uit van de werkgever. De werkgever beslist of hij al dan niet de mogelijkheid zal bieden de bedrijfswagen in te ruilen voor een mobiliteitsbudget.

Neen.
De werkgever beslist of hij zijn werknemers al dan niet de mogelijkheid zal bieden hun (recht op een) bedrijfswagen om te zetten in een mobiliteitsbudget.

Hij kan hieraan voorwaarden verbinden met betrekking tot welke werknemers en welke wagens wanneer in aanmerking komen voor de omzetting. Deze voorwaarden moet de werkgever uiterlijk bij de invoering van het systeem communiceren aan alle werknemers.

De werkgever kan enkel een mobiliteitsbudget toekennen aan werknemers die effectief over een bedrijfswagen beschikken of er voor in aanmerking komen.

Komen in aanmerking voor een bedrijfswagen: werknemers die deel uitmaken van een functiecategorie waarvoor het bedrijfswagenbeleid van de werkgever in een bedrijfswagen voorziet.

Het bedrijfswagenbeleid definieert men als de door de werkgever vastgelegde voorschriften met betrekking tot de toekenningsvoorwaarden en het gebruik van de bedrijfswagen. Denk bijvoorbeeld aan de car policy. Wanneer de medewerker behoort tot de categorie van werknemers die kunnen instappen in het systeem, is hij vrij om te beslissen om al dan niet in te gaan op dit aanbod.

Een werknemer kan m.a.w. nooit verplicht worden de bedrijfswagen in te ruilen voor het mobiliteitsbudget

De werkgever kan het mobiliteitsbudget pas invoeren wanneer hij gedurende een ononderbroken periode van 36 maanden onmiddellijk voorafgaand aan de invoering van het mobiliteitsbudget één of meerdere bedrijfswagens ter beschikking stelde van één of meerdere werknemers.

Voor startende werkgevers die minder dan 36 maanden actief zijn, is deze minimumtermijn niet vereist.

Verplaatsingen via waterbus, intercitybus en hogesnelheidstreinen komen ook in aanmerking. Abonnementen voor de kinderen en partner zijn uitgesloten alsook parkeerabonnementen en vliegtuigtickets. Op blz. 12. van onze whitepaper vind je een overzicht van de vervoersmiddelen waarvoor een medewerker zijn mobiliteitsbudget mag inzetten (Pijler 2).

Neen.
Vanaf de eerste dag van de maand waarin de werknemer een mobiliteitsbudget krijgt, vervalt elke verplichting voor de werkgever om tussen te komen in de kosten verbonden aan het woon-werkverkeer. En dit ongeacht het gebruikte vervoermiddel. Uiteraard mag een werkgever nog altijd tussenkomen, maar weet dan dat deze tegemoetkomingen niet langer (para)fiscaal vrijgesteld zijn, maar beschouwd worden als loon, te onderwerpen aan sociale zekerheidsbijdragen en bedrijfsvoorheffing. Enkel voor wie (het recht op) de bedrijfswagen al voldoende lang combineerde met een vrijgestelde werkgeverstussenkomst openbaar vervoer, een fietsvergoeding, carpooling of een bedrijfsfiets geldt een uitzondering op deze strikte regel. Voldoende lang in dit verband is: minstens 3 maanden onmiddellijk voorafgaand aan de aanvraag van het mobiliteitsbudget

De reële jaarlijkse werkgeverskosten van de bedrijfswagen die de werknemer inruilt (of waar hij recht op had) bepalen de grootte van het mobiliteitsbudget.

In deze zogenaamde Total Cost of Ownership of TCO, zitten de financieringskosten van de wagen, alle bijhorende kosten voor brandstof, verzekeringen, de CO2 solidariteitsbijdrage, vennootschapsbelasting op niet-aftrekbare btw en niet-aftrekbare autokosten, … Werkgevers die eigenaar zijn van de bedrijfswagen, vervangen de financieringskosten door een jaarlijkse afschrijving van 20%.

Het mobiliteitsbudget is geen statisch gegeven. Een promotie of demotie, waardoor een werknemer in een hogere of lagere wagencategorie terecht komt, beïnvloedt de grootte van het budget in positieve of negatieve zin.

Het mobiliteitsbudget is niet onderworpen aan een verplichte indexering. Maar de werkgever kan wel een eigen indexmechanisme op poten zetten. Het resultaat van zo’n bedrijfseigen aanpassing mag nooit hoger zijn dan wanneer men het mobiliteitsbudget gewoon volgens de sectorale loonindex zou aanpassen.

Voorbeeld:
Als ik nu over een VW Passat beschik en ik kies voor een Nissan Leaf dan zou mijn jaarlijks mobiliteitsbudget ongeveer 5.000 euro zijn. Doe zelf een simulatie wat het bedrag is dat je kan spenderen als werknemer indien je kiest voor het mobiliteitsbudget op https://www.sdworx.be/nl-be/simulatietools/mobiliteitsbudget

Dit is een hele boterham en hiervoor kan je best het e-book bekijken vanaf blz 11.
Kort samengevat werkt het mobiliteitsbudget met 3 pijlers. In pijler 1 kiest men een milieuvriendelijke bedrijfswagen, in pijler 2 kan men dan kiezen uit duurzame vervoersmiddelen (zachte mobiliteit, openbaar vervoer, georganiseerd gemeenschappelijk vervoer, deeloplossingen, mobiliteitsdiensten en huisvestingskosten) en in pijler 3 kan je het restsaldo opnemen.

Neen.
Een werkgever kan zelf kiezen welke voordelen hij al dan niet aanbiedt, rekening houdend met het eigen mobiliteitsbeleid en de mobiliteitsbehoeften van zijn werknemers. Bovendien kan de werkgever ook rekening houden met de administratieve beheersbaarheid van de mobiliteitskeuzes.

Neen.
De toekenning van het mobiliteitsbudget eindigt uiterlijk de eerste dag van de maand waarin de werknemer:

  • een functie uitoefent waarvoor geen recht op een bedrijfswagen voorzien is in het loonbeleid van de werkgever
  • beschikt over een mobiliteitsvergoeding (cash for car-regeling)
  • terug over een andere bedrijfswagen beschikt dan de milieuvriendelijke wagen gekozen in de eerste pijler.